Persoonlijk verhaal uit Kenia

'Vrouwen hadden geen benen. Vandaag gaan ze hun eigen weg' - door Mohamoud Dagane, medewerker Racida (partnerorganisatie Cordaid)

Van middelbare leeftijd en zachtaardig, dat zijn de woorden die Adaana Muktar nog het beste omschrijven. Adaana is één van de vrouwen die leven in Guba, langs de weg van Rhamu naar Banissa, 187 kilometer ten westen van het stadje Mandera. Wie haar typeert als pastoralist of rondtrekkende veehouder, doet haar onrecht. Eenvoud, dat is wat ze uitstraalt.

Ze zit met twee andere vrouwen voor haar gehavende hutje. Alle drie rollen ze dunne vezeldraden van acaciaschors op hun bovenbenen. Tussen hun vingers draaien ze de draden fijntjes aan elkaar. Deze draden, Gaaneis in de lokale taal, gebruiken ze om de palmbladeren aan elkaar te bevestigen en zo een traditionele Somalische hut te maken. Dit is hun vrijetijdsbesteding. Zeggen ze. Adaana nodigt me uit in haar nederige woning. Haar gezicht straalt waardering uit. Met een brede glimlach staat ze me toe een gesprek met haar te voeren.

Over het algemeen zijn er in het westelijk deel van dit district geen waterbronnen te vinden. Pogingen van de overheid om hier grondwater aan te boren en te benutten zijn al jaren tevergeefs. Droogte door uitblijvende regen heeft mens en dier in deze streek ongemeen hard geraakt. Veel vee sterft door uitputting en ziekte, op zoek naar water dat er niet is.

Terwijl ik met haar de broze kwetsbaarheid van de diverse Guba gemeenschappen bespreek en de pogingen die deze gemeenschappen de afgelopen twee jaar zelf hebben ondernomen om de risico’s van rampen als droogte te verminderen (disaster risk reduction), komt Adaana met een treffend beeld. “Vrouwen hier hadden geen benen en waren vastgeketend”, zegt ze. Zijzelf en veel andere vrouwen in deze pastoralistengemeenschappen worden gewoon aan hun lot overgelaten als de droogte op zijn hoogtepunt is. Hun echtgenoten en zonen trekken verder met het vee, op zoek naar water en graasland en laten de vrouwen achter. Ze worden met opzet achtergelaten zodat ze kunnen zorgen voor kleine kinderen en voor het uitgemergelde vee, voor al diegenen die toch niet mee kunnen met de trek. Adaana legt uit dat veel vrouwen niet in staat zijn om grote afstanden af te leggen. Hen rest niets anders dan wachten. Wachten op jerrycans met water, die worden aangevoerd door vrachtwagens van de overheid of van hulporganisaties. Maar al te goed herinnert ze zich de gruwelijke droogte van 2006, die zoveel dieren het leven kostte.

Ze herinnert zich hoeveel slechter ze eraan toe waren voordat het waterproject in haar gemeenschap van start ging. “Mensen waren uitgeput en hadden geen kracht meer. Hitte en honger, dat was ons bestaan. Als de hulptransporten kwamen, de vrachtwagens die leven brachten, stonden we uren in de rij te wachten voor één dagrantsoen water. Ik zie nog de bruine jerrycan met 20 liter water voor me. Die was twee en misschien wel drie dagen onderweg geweest om de honderd kilometer af te leggen naar waar wij leefden. We hadden niets om de hulpgoederen in op te bergen. Alles werd op een hoop gegooid en wij namen wat we moesten nemen. Ik herinner me dat mijn melkkoe aan het sterven was. Ze blies haar laatste adem uit en lag in doodsstrijd op de grond te kronkelen en ik kon niets doen.”

Adaana heeft het over een liedje dat vrouwen zongen tijdens de droogte en dat sommige mannen boos maakte. Noleeya markas imaaday, raag aya nagihisi waay. Naaf aa soonoqoni mooye, nikah soo nooqonimaye. (Vóór de komst van de ene die weer leven brengt (regen), verloren veel mensen hun verwanten; de regen hersteld het leven maar brengt niet de vrouw terug die is gescheiden.) Ze legt uit dat mannen hun vrouwen zagen vertrekken omdat ze de honger en dorst niet langer aankonden. Sommige vrouwen werden weggehaald door hun ouders op momenten dat hun echtgenoten voor langere tijd met het vee vertrokken waren. Soms kwamen ouders van de gescheiden vrouwen er openlijk voor uit dat de mannen niet te vertrouwen waren omdat ze niet voor hun dochters wilden opkomen en zorgen.

Terugkerende droogte, een bevolking die toeneemt en overbegrazing, al die factoren hebben de voedselzekerheid voor gezinnen in deze streek meer dan ooit onder druk gezet. Dat heeft ertoe geleid dat veel van de pastoralisten de nomadencultuur en de rondtrekkende veeteelt opgeven. Ze vestigen zich in de buurt van plaatsen waar de watertoevoer enigszins betrouwbaar is. Droogtes veroorzaken zware verliezen in inkomen en leiden onmiddellijk tot ondervoeding. De gemeenschappen die hier leven houden noodgedwongen vast aan een beperkt aantal overlevingsstrategieën, zoals kleinschalige handel en het branden van houtskool.

Maar met dankbaarheid in haar gezicht vertelt Adaana dat de situatie ten goede is veranderd. Dat het dorp zelf, met de steun van RACIDA en Cordaid, de aanleg heeft georganiseerd van een ondergrondse watertank. De tank is 400 kubieke meter groot en het beheer en het onderhoud ervan is in handen van een dorpscomité.

Adaana: “Nu zijn er drie zulke tanks en na de regen hebben we voldoende water voor twee tot drie maanden. De groep die de ontwikkeling van de gemeenschap helpt organiseren werkt goed en heeft middelen en mensen bij elkaar gekregen, ook van buiten het dorp, die ons begeleiden en die leiderschap tonen.”

Deze vooruitgang is er gekomen nadat de gemeenschap zo’n twee jaar geleden is betrokken in een proces van disaster risk reduction of rampenrisicobestrijding met de steun van RACIDA en Cordaid. Het plan dat ze in het CMDRR (Community Managed Disaster Risk Reduction) proces hadden opgesteld, namelijk de aanleg van tanks om regenwater op te vangen, kon nu echt worden uitgevoerd. Na zelf alle beschikbare middelen bij elkaar te hebben gebracht, zijn ze op zoek gegaan naar externe ontwikkelingsinstanties, waaronder ook RACIDA.

Ture Hassan is één van de leden van het dorpscomité. Hij herinnert het zich allemaal nog precies. “Over de graafwerken die nodig waren voor de aanleg van de watertank hebben we meer dan vier maanden gedaan. Zelf hebben we 640.000 Keniase Shilling bij elkaar gelegd om bij te dragen aan dit waardevolle project. De grond was hard en rotsachtig. Vrouwen en kinderen sleepten containers vol aarde en stenen over de grond en elke avond hadden ze last van waterige ogen als gevolg van het verstikkende stof waarin ze werkten. De mannen groeven de put uit en verbrijzelden de rotsen tot gruis. Dat deden ze door de rotsblokken eerst op met stammen gestookte vuren te verhitten, dan met water af te koelen en ten slotte in stukken te slaan. Het was hard werk.”

Maar het leverde iets op. Als mensen in Guba de situatie van vandaag vergelijken met die van vier jaar terug, dan zeggen ze zonder omhaal dat ze er minder slecht aan toe zijn dan toen. Toen moesten ze water gaan halen bij de Banissa dam, zo’n 18 kilometer verderop. En dat kon alleen tijdens het regenseizoen. Nu is de gemeenschap erin geslaagd om zelfstandig meer ondergrondse watertanks en opslaginstallaties op daken aan te leggen. Guba heeft nu meer dan 17 dakopslagtanks en ondergrondse watertanks, die allemaal gebruikt worden om gezinnen te voorzien van water.

Eén van de meest gelukkige uitwerkingen van het waterproject is dat het heeft geleid tot een hogere scholingsgraad onder pastoralistenkinderen. Kinderen die anders het vee zouden hoeden, krijgen nu de gelegenheid om onderwijs te volgen. Kinderen die vroeger meegingen met de trek van het vee, blijven nu in de gemeenschap bij hun moeders en krijgen er de extra zorg en aandacht die ze nodig hebben. De dichtstbijzijnde waterbron is niet langer 18 kilometer ver weg, maar minder dan één kilometer. Vrouwen hebben meer tijd over voor andere huishoudelijke bezigheden.

RACIDA heeft meer dan 19 ondergrondse watertanks en 13 dakopslaginstallaties op scholen en andere openbare instellingen aangelegd en meer dan zes aarden reservoirs opgeknapt. Bij al die werkzaamheden is RACIDA met raad en daad geholpen door de lokale bewoners. Ondergrondse tanks zijn erg geschikt voor de opslag van water voor huishoudelijk gebruik tijdens de lange
droogteperiodes in dit deel van het district. Deze tanks worden aangevuld met de opslagcapaciteit van aardewerken kruiken. Zonder die extra opslag zouden ondergrondse tanks zo groot moeten zijn, dat ze niet alleen te duur zouden worden, maar ook onbetrouwbaar.

Voldaan en blij gestemd verlaat ik Adaana’s woonerf. De gemeenschap hier in Guba werkt hard. Bewoners tonen veerkracht en kijken met vertrouwen naar de toekomst, ook als die droogte brengt. In het verleden moest de hele gemeenschap op zoek naar schaars water, hele droogteperiodes lang. Soms slaagden ze daar pas in een paar weken voor de eerste regen. Dat deden ze allemaal op eigen houtje. Nu hopen ze dat ieder van hen in de toekomst de steun en begeleiding kan krijgen van het dorpscomité dat gaat over ontwikkelingsprojecten zoals het waterproject. En dat ze zich nog beter zullen kunnen beschermen tegen de grote gevaren en de risico’s die hier op de loer liggen. Vrouwen houden nu meer tijd over en zetten kleine handelsactiviteiten op, zoals het houden van bijen en kleinschalige veehandel.

De mensen hier gaan hun eigen weg. Het is een weg vooruit.


Terug naar het overzicht Bookmark and Share

Vaste inzamelpunten

Noord Holland
Friesland
Zuid Holland
Utrecht
Flevoland
Gelderland
Overijssel
Drenthe
Groningen
Noord Brabant
Limburg
Zeeland
Zoek een kleding inleverpunt - Zoek hier het dichtstbijzijnde kleding inleverpunt van Sam's Kledingactie en steun Cordaid Mensen in Nood
 

Volg Sam ook op...